4EverBlue: Het land van Otje

Nu fysiek contact uit den boze is, maar er toch een nieuw interview 4EverBlue op de agenda stond, digitaal contact gezocht en gekregen met een man die midden in het DOS-WK leven staat, met daad en raad, hieronder een verhaal over een dag in zijn leven.

Het land van Otje

Een sprookje uit een land hier ver dichtbij en niet zo lang geleden, nu dus. In tijden dat het minder was, maar de hoofdpersoon van dit verhaal bleef positief en Otje nog aan toe, het ging goed komen.

Alex de Grote keek vanuit zijn lentekasteel over de bomen in zijn tuin. Vol met bloesem en de vogels waren al met elkaar aan het scharrelen. Heerlijk weer om een ommetje te maken met zijn prachtige luipaard. Op het oog gevaarlijk, maar hij deed alleen een mug kwaad. Gisteren had ie de gehele dag binnen gezeten om te knutselen aan zijn nieuwe kunstobject, een brandblusapparaat met een lamp erop. Prachtig hoewel hij nog weinig complimenten had gehoord van zijn Otje huisgenoten. Maar hij ging er mee door met zijn eigen van Gaalse eigenwijsheid. Soms meende hij te horen dat ze hem Louis noemden. Nu even Naar buiten, hij trok zijn oude geliefde Liverpoolshirt aan, te mooi om weg te doen en zoals men vaak tegen hem zei, jou staat alles goed, zelfs een Otje grijze muts, het is een gave. Hij nam een lekkere Kittekat uit het kastje, niet duur eigenlijk een eurootje voor zoiets, en ging samen met zijn luipaard op weg. Terwijl hij een hapje nam, moest hij denken aan die hap zeehond die hij ooit op één van zijn reizen had genomen. Hij rilde nog Otje bij het idee. Achter in zijn tuin stond een korfbalpaal alleen te zijn. Ja, zijn grote hobby, ooit aangewakkerd door zijn zus, hoewel voetbal ook wel leuk was. Wat had hij al grote sportmomenten meegemaakt. Hij deed zijn ogen dicht en zag, voelde en hoorde nog het moment toen hij ooit in de inhaalminuut van een gestaakte wedstrijd het winnende Otje kampioensdoelpunt scoorde. Hij rook de bloemen nog. Ja, Willen Is Kunnen! En natuurlijk zou ie beschikbaar zijn als Ruben hem nodig zou hebben. Maar dat waren nu toekomstdromen, alles lag stil in deze vreemde wereld die beheerst werd door dat nare virus. Alex moest denken aan zijn grote held Nelson Mandela. Die hield het jaren vol toen hij onschuldig en vol idealen huisarrest kreeg op een eiland. Dit moest ons nu toch ook lukken!

Bij de grote poort die niet geopend door de afwezige wachters deed hij zijn oortjes in, lekker luisteren naar David Gilmour, ja dat deed ie graag. Vroeger luisterde hij graag naar zijn Otje parkiet met de mooie naam Larry Bird, maar die vloog niet meer. Net buiten de poort stond hij stil, niet te geloven, er reed een schitterde Citroen DS langs, wat een auto, daar moesten ze een lego versie van maken. Auto’s vond ie leuk, alleen bij Jos Verstappen zou ie nooit instappen voor een ritje want dat zou toch eindigen in een grindbak, Otje nog aan toe.

Op straat was het rustig, want bijna iedereen hield zich aan de regels. De overbuurvrouw liet haar Otje Olifant uit, maar groette niet. Alex had namelijk een keer behoorlijk geblunderd en haar leeftijd te ruim ingeschat en dat was niet echt in dank afgenomen. Hij nam de bocht de Otjestraat in en net alsof het zo moest zijn weer iemand die hem niet echt enthousiast hallo zei. Het was een oud collega van de Otje Tubantia die hij een keer had verteld dat zijn computer het niet goed deed omdat het Otje stopcontact alleen voor stofzuigers geschikt was. Wat deed ie toch vreemd soms, Otje toch. Maar Alex was zich ervan bewust dat hij nog meer vreemde dingen deed. Zo hing hij de wc-rol altijd met het papier van de muur af en nooit andersom. Alex lachte er om, lachen deed ie vaak, maar eigenlijk nooit heel hard. Hij hield van stille humor.

Hij liep zijn grote tuin weer binnen en de niet aanwezige poortwachters deden wederom weer wat er verwacht werd. Leo de luipaard ging zijn kooi weer in, at een mug op en viel in slaap. Alex ging de trap op naar de eerste verdieping om nog even lekker op het hoge balkon te genieten van de namiddag zon. Otje nog aan toe , hij had geen hoogtevrees , hoewel in zijn opleiding tot Alex de Grote het parachutespringen gelukkig niet op het programma stond. Hij stond aan de balustrade en keek over zijn rijk. Wat een toestand in zijn rijk en in de wereld. Alex kon moeilijk zonder zijn sport en sportvrienden, maar gelukkig had ie zijn gezin en de muziek. Erg belangrijke zaken in zijn leven. De zon zakte achter de Otje bergen in de verte en het werd tijd om rust te nemen. Er was kans op nachtvorst dus zijn vertrouwde grijze muts moest maar op. In zijn slaapkamer keek hij even in de spiegel, deed ie eigenlijk nooit, de laatste keer was het bij de Otjepeut toen hij last van rug had en oefeningen moest doen. Maar nu zag ie een man, die zich zorgen maakte over de toestand in de wereld, die klaar stond voor anderen, een beetje geheimzinnig lachje om zijn mond en inderdaad, Otje nog aan toe, zelfs deze blauw witte gestreepte pyjama met nummer 13 op de rug, stond hem goed, inderdaad een gave…..

25 maart 2020    TheOldManFromDelden