Blauwe Winters en het geheim van Siberië

Het was een winter zoals er in vele jaren niet meer één was geweest. Slootjes, meren en rivieren waren bedekt met een dikke zwarte laag ijs en zelfs het wad bij Harlingen begon dicht te vriezen. Mensen bleven zoveel mogelijk thuis en dieren hadden moeite om nog ergens iets te eten of te drinken te vinden. Caroline had niet zoveel met Hollandse winters en beleefde liever een Spaanse zomer met tapas en sangria. Spaans vond ze sowieso een mooie taal, hoewel ze de taal niet sprak en niet verstond. Als het dan toch winter was dan maar met lekker zon, vorst, schaatsen of op de lange latten en heerlijke stamppot van Mams en warme choco met slagroom. Het was in deze strenge winter dat Caroline op een maandagmorgen wakker werd in haar huisje aan het meer midden in het Friese bevroren landschap. Ze had behoorlijk gedroomd over blauwe wezentjes met van die Shrek oortjes die op het nummer Blue van Eiffel 65 uit een UFO kwamen marcheren en werd een beetje vreemd wakker.

De vloer kraakte van de kou en de ramen zaten dicht met prachtige blauwe ijsbloemen. Het was ijskoud in haar huisje en het leek wel of de verwarming het deze nacht had begeven. Caroline was dol op ijs, maar dan wel het heerlijke Van der Poel yoghurtijs. Ze deed snel haar dikste trui aan en ging naar beneden om te kijken wat er met de CV aan de hand was. In de gang liep ze langs de grote spiegel en ze keek er vluchtig in. Was die spiegel nu ook al bevroren met blauwe ijsbloemen?  Ze keek nog eens goed, nee het was wat anders, het leek wel of ze zelf helemaal blauw was geworden. Caroline keek geschrokken naar haar handen, naar haar gezicht en haar benen, ja alles was blauw. Ze liep de kamer in en alles was bevroren, het water in de vissenkom, de zelf geschilde aardappels in de pan en aan het plafond hingen lange blauwe pegels van dik ijs. Ze raakte licht in paniek, maar gelukkig had ze de houtkachel nog. Ze kleedde zich verder aan en haalde uit het schuurtje voldoende hout om de kachel snel te laten gloeien. Normaliter was ze hier altijd een beetje bang voor want het hok zat vol met enge spinnen en daar was ze als de dood voor, maar nu was daar geen tijd voor om aan te denken. Met haar blauwe vingers streek ze de lucifer aan en het eerste vlammetje begon te knetteren. Een uurtje later was haar kamer al lekker warm en gelukkig had ze de CV ook weer aan de praat gekregen, dus al het ijs in vazen, pegels, kranen en haar bad ontdooide.

Nu had ze eindelijk tijd om eens naar haar blauwe huid te kijken, die zou toch ook wel weer de normale kleur krijgen nu het huisje weer lekker warm werd. Maar nee, het bleef zoals het was, blauw, blauw en nog eens blauw. Wat moest ze nu? Ze belde het nummer van haar huisarts de Vries , maar die had geen tijd want er waren te veel mensen met bevroren oren en gebroken armen, opgelopen op het ijs tijdens het schaatsen. En ze had het idee, dat de assistente het verhaal over de blauwe huid ook niet helemaal geloofde. Terwijl ze aan een kopje heerlijke sterrenmunt thee zat, zonder suiker want daar kon ze wel zonder, ze had liever iets hartigs, liep de oude buurman Paulusma voor het raam langs. Die wist nog wel eens wat je moest doen met rare zaken. Ze riep hem naar binnen voor een kopje koffie met een plak suikerbrood. “ Kijk eens buurman, kijk eens naar mijn handen, helemaal blauw. Ik ben vanmorgen zo wakker geworden in de kou, maar het gaat niet weg. Weet u misschien wie me hiermee kan helpen? “ Buurman Paulusma keek naar haar handen, maar leek niet geschrokken.. “"Och, bern, wat in gedoe, mar ik haw tûker sjoen tidens myn Alvestêdetocht fan" 63. Manlju sûnder noas en in grutte tean fan 'e kjeld, dus dit is net te min  “ Maar weet u iets buurman? Iemand die me kan helpen? “ Buurman Piet dacht even na een zei toen in duidelijk Hollands “ Ja, de enige die jou kan helpen woont in een klein afgelegen dorpje in Drenthe, het dorpje heet Siberië en is precies 92 km rijden vanaf hier.  Ik zal je zijn naam en de route naar zijn adres geven, dan moet je daar naar toe, maar doe het wel snel, want als het binnen een dag niet is opgelost, dan hou je je hele leven deze kleur.” “Siberië? “ sprak Caroline, “ meent u dat echt? “  “Ja ,Caroline , echt waar, het  is zo afgelegen en verlaten dat men het in de Franse tijd van Napoleon Siberië heeft genoemd en zelfs Vincent van Gogh heeft er een tijdje geschilderd omdat het er zo heerlijk rustig was .” Caroline schreef het adres en de naam op en dankte de buurman. Gelukkig had ze vandaag niets anders te doen en huisdieren had ze niet meer want de lieve Wurgslang, Mark genaamd, waar ze altijd mee op de sofa zat, was op een dag onverwachts het meer ingegleden en nooit meer terug gekomen.  Ze pakte snel wat spullen bij elkaar , zeker 15 paar handschoenen, om op reis te gaan naar het Drentse dorpje.Natuurlijk vergat ze haar vuursteen niet , je wist maar nooit of die nog van pas kwam met dit weer. Het zou een barre reis worden want de sneeuw lag meters hoog en haar autootje moest de kou ook nog kunnen weerstaan. Binnen een uur stond ze autoraampjes vrij te maken van een dikke ijslaag, gelukkig startte haar blauwe karretje wel in één keer. Blauwe karretje? Ja, maar die kleur had ie vorige week ook al. Vol verwachting reed ze het stadje uit, een witte, witte wereld in, het leek wel of ze in één van de bevroren verhalen van Foofur en de snorkels zat, wat een avontuur…

Ondertussen ver in het verre Oosten, waar de winter zeker zo hard had toegeslagen liep een man op deze maandag vrolijk te ijsberen in de tuin van zijn pas geopende IJshotel met de vreemde naam “ BIERVERTIER “. Hij lachte zachtjes in zichzelf want bij het zien van de bergen sneeuw moest ie denken aan het liedje van Lohues en Finkers;  “ Vroeger kon het zo hard sneeuwen, zo'n dik pak, je kon alleen je huis uit langs het dak, je zag wel aan de kerktorens waar je was en dan kwam je door de schoorsteen in je klas.“ 

Met het IJshotel was een lang gekoesterde wens werkelijkheid geworden. Hoewel hij, Marcel was zijn naam, eigenlijk nooit inspiratie van anderen nodig had, had hij dit ooit eens gezien toen hij met de trein helemaal naar Den Haag, zijn langste treinreis ooit, was geweest om te fluiten, ja deze man floot als geen ander, en het prachtige gebouw van ijsblauwe blokken had hem geïmponeerd, dat wilde hij ook. De drankjes bleven er lekker koud, tegen kou kon je je kleden en ongedierte bleef wel weg vanwege de lage temperatuur. Eigenlijk was het een ongelukje geweest, hij had namelijk een Kroeg overgenomen om lekkere pintjes te tappen, maar was vergeten toen de winter inviel om de olie in de verwarmingsketels bij te vullen. Ja , Uh, dan was hem bij zijn autootje nooit gebeurd, daar had ie wel verstand van, maar in één nacht met min 27 op de thermometer, was zijn kroeg veranderd in één klomp ijs. Toen had ie het maar zo gelaten of zoals hij wel vaker zei “als men het wiel niet had uitgevonden was het allemaal heel anders gelopen” en de bevroren kroeg was veranderd in het IJshotel, vandaar de ietwat vreemde naam. Hij had ook wel graag als winterverblijf een leuk stekkie aan de skipiste gehad, hij had meer met lange latten dan met klapschaatsen, maar dan kon ie niet meer genieten van zijn grootste winterliefde, zaalkorfbal, dus dat ging helaas niet. Vandaag aten zijn gasten heerlijke spruitjes stamppot met een lekker glaasje rode wijn, ook niet ’n alledaagse combinatie , maar hij hield wel van afwijkende zaken. In het IJshotel hing bijvoorbeeld in de hal een zeer fout schilderij van de Kringloop gebaseerd op de hilarische film Life of Brian over absurd gedrag van de mens. Niemand snapte wat het was , maar Marcel zei altijd “ Uh.. Uh..iets wat onverklaarbaar is, is pas waar als het verklaarbaar is”. Tja ? Hij wreef zich in zijn prachtige winterhandschoenen van voorpret, hij had zo wel zin in een vette hap en vanavond moest ie het podium nog op om de gasten te vermaken met een dansje in een blauw Pinopak, altijd lachen en dat deed hij graag. Marcel had ook wel eens een liedje gezongen, maar gezien de vele klachten over zere oren was hij maar weer tot een dansje overgegaan en bleef het zingen beperkt tot eigen vermaak. Een lekker Shanty liedje zingend verdween hij richting het IJshotel , een blauw witte wolk van bevriezende adem achterlatend maar ineens bleef ie  als bevroren staan. Hij had één van zijn dikke winterhandschoenen uitgetrokken en keek vol verbazing naar zijn hand. Die hand, die hand was helemaal blauw en in de spiegeling van de ingang zag hij dat ook zijn gezicht helemaal blauw was geworden. Wat was dit nu weer? Uh… Uh… hij had er geen woorden voor en liep stilletjes naar binnen…

Caroline was intussen al Drenthe binnen gereden langs het grote besneeuwde Hunebed aan de rijksweg. Zo ver als je kon zien was het wit en op sloten en plassen werd druk geschaatst. Caroline was vandaag ook graag gaan schaatsen, maar voorlopig had ze wel iets anders aan het hoofd, haar blauwe hoofd. Ze nam de afslag en reed verder niet wetend dat op hetzelfde moment een man, Marcel genaamd, met hetzelfde probleem ook naar hetzelfde adres reed alleen dan uit de andere richting. Vreemd genoeg was de afstand voor Marcel ook precies 92 km naar het dorpje Siberië. Hij had namelijk  een oude bekende wonende in het kleine stadje Delden om raad gevraagd en deze wijze, maar vooral oude man had hem , na drie keer “ Watskeburts er nu ? “ te hebben geroepen,  ook geadviseerd om direct richting Siberië te rijden. Inderdaad naar hetzelfde adres en naar dezelfde man genaamd Ellert van Brammert. Ellert was reeds 110 jaar oud, woonde helemaal alleen in een oude plaggenhut aan het einde van het heideveld en stookte zijn kachel nog steeds met zelf gestoken turf uit het naburige veengebied.

Caroline en Marcel naderden steeds dichter hun bestemming en de weg werd er niet beter op. Hier op deze afgelegen plek werd niet gestrooid of geveegd en grote brokken sneeuw lagen midden op de weg. Caroline moest uitstappen om één van die brokken aan de kant te schuiven en terwijl ze druk zwoegend dit probeerde hoorde ze achter haar blauwe autootje een ander voertuig stoppen. Ze klopte de sneeuw van haar jas en handschoenen en keek wie er uit de andere auto stapte. Ze wist niet wat ze zag, het was Marcel, haar eigen broer. Wat deed hij nu hier? Hoe kwam hij op deze afgelegen plek? Terwijl ze zichzelf deze vragen stelde , had Marcel dezelfde vragen. Hij hield stiekem veel van romantische comedy’s, maar Caroline hier in het godsverlaten besneeuwde Siberië op een plek in Drenthe waar bijna niemand kwam? Ze liepen door de hoge sneeuw op elkaar af en toen zagen ze tegelijk wat hen nog meer verbond dan hun familiebloed. “Jij bent ook blauw” riep Caroline verbaasd.  “Ja en jij hebt ook blauwe handen “ antwoordde Marcel. Dwars door elkaar begonnen ze hun verhaal te vertellen en even later begrepen ze er nog niets van, alleen dat ze allebei naar dezelfde man op zoek waren. Caroline startte haar auto en Marcel wilde er achter aan, maar helaas, ondanks zijn handigheden met auto’s gaf het olielampje aan dat het er iets mis was.  “Stap maar bij mij in “ sprak Caroline en daar gingen ze samen de laatste kilometer naar de onbekende Ellert van Brammert die hen beiden zou moeten helpen. Terwijl op de radio haar favoriete nummer Sandstorm klonk reden ze via het boerendorp Stuifzand hun doel tegemoet. Het was zo koud dat zelfs de heerlijke lucht van een boerenerf volkomen bevroren in de lucht hing. Marcel zag op de kilometerteller dat Caroline ook precies 92 km had gereden toen ze stopte bij het kleine hutje waar een zwarte rookpluim uit de schoorsteen omhoog steeg.

Hij was al zo verbaasd dat hij over dit toeval zich al niet meer druk maakte. Samen stapten ze uit en liepen met grote moeite door de vers gevallen sneeuw richting het kleine deurtje met een opvallende kleur. Het deurtje was namelijk met een oogverblindende blauwe verf geschilderd. Marcel klopte op de deur en ze hoorden een zware krakende stem zeggen “Kom binnen lui , ik had jullie al verwacht.” Al verwacht ? dachten ze beiden toen ze het kamertje binnen gingen en bij de gloeiende kachel een oud kaal mannetje zagen zitten. Hij had een prachtige baard en was gekleed in een blauwe overal. “Ga zitten dan zal ik jullie helpen” sprak de man en zo deden ze.                “ Vraag niet waarom ik het weet, maar ik denk dat jullie komen om de blauwe kleur op je handen , je huid en je gezicht, heb ik gelijk Marcel en Caroline ? “ Ze vroegen het dus niet en waren ook niet verbaasd dat hij hun beider namen al kende. “ Ik zal jullie helpen, wat jullie hebben heet het virus clubliefde in optima forma, een goedaardig virus dat je in tijden van hevige kou verdedigd tegen aanvallen van minder prettige wezentjes. Op tafel liggen 5 grote letters en als jullie deze  in de goede volgorde leggen, dan blijft de bescherming, maar zal de blauwe kleur direct verdwijnen, ik zeg wel, niet helemaal, want er blijft wel iets achter op je bovenarm. En … Jullie hebben slechts één kans . “ Ze gingen naar de tafel en zagen de 5 letters liggen, een O , een W , een D , een K en een S. Wat moesten ze hier nu mee?  Wat konden ze hier nu van maken? Caroline was niet zo’n Crea Bea en hoewel ze van haar lieve Juf Jannie veel had geleerd was dit nooit goed ontwikkeld en Marcel handig ? tja?  Ze keken elkaar aan en ineens ging  het hun dagen, natuurlijk dat moest het worden. Caroline pakte als eerste de D , toen Marcel de O en de S en Caroline maakte het af met de W en de K. Op het tafelkleedje zagen ze liggen in prachtige letters :  DOS WK. Caroline moest direct terug denken aan die mooie tijden van kampioen worden met P1 en de promotie naar de hoofdklasse en Marcel voelde zijn hamer weer in zijn hand.  Op hetzelfde moment ging er een gloeiende gloed door hun lichaam en de blauwe kleur verdween, van hun gezicht, hun huid en hun armen. Ze keken om naar de oude man, maar naast de kachel zat niemand meer en het kacheltje was helemaal uit. De kou nam het huisje over en binnen de kortste tijd bevroor alles. Ze liepen naar buiten, maar ook daar was Ellert niet meer te bekennen. Vol verbazing liepen ze zonder woorden naar de auto van Caroline en reden stil terug naar de ingesneeuwde wagen van Marcel. Nadat ze de sneeuw hadden verwijderd , vulde Marcel de olie bij en gelukkig startte de motor weer. Caroline nam afscheid van haar broer. “Wat een verhaal Marcel , niemand zal ons geloven, hoe kon dit nou? “  “Ik weet het ook niet, maar heb je al op je bovenarm gekeken? “ Tegelijk rolden ze hun mouw op en ja , er was iets achtergebleven dat hen voor eeuwig zou herinneren aan dit winterse blauwe avontuur. Op hun bovenarm stond een prachtig blauw hartje en door de warme spieren eronder leek het net of het klopte. Het was maar goed dat tranen niet zo snel bevriezen, anders hadden ze er nog een nieuw probleempje bij gehad.

Zo kwam er een einde aan een Blauw Winters avontuur en droegen beiden hun blauwe hartje tot de eeuwigheid op de goede plaats. Twee dagen later viel de dooi in en ging deze winter richting een warme bloeiende Lente.

Blauwe Maandag , 18 januari 2021

TheOldManFromDelden